Test#
Er zijn twee typen doelen voor een empirisch experiment met een prototype of testmodel:1
- Het bepalen van de beste vorm of constructie voor het uiteindelijke ontwerp, bijvoorbeeld door de prestatie van een set alternatieven of varianten voor een bepaald onderdeel te vergelijken.
- Het valideren van een theoretische voorspelling over het gedrag of de prestatie van het ontwerp door dit in de praktijk aan te tonen.
Soms kun je met hetzelfde prototype en/of dezelfde testopstelling beide typen experiment doen.
Als het experiment vooral een validatie was, is de meest logische hoofdstukvolgorde om éérst het uiteindelijke ontwerp te presenteren, en in het hoofdstuk daarná de test. Als het experiment vooral draaide om het bepalen van de beste vorm van het ontwerp, is het logisch om het hoofdstuk ‘Test’ vóór het hoofdstuk ‘Definitief Ontwerp’ te plaatsen.
Uit het redeneerschema: Het ONTWERP is gedeeltelijk weergegeven in een EMPIRISCH MODEL, gebruikt om eigenschappen van het ONTWERP te bepalen en/of om GEDRAG & PRESTATIE te testen en valideren.
In dit deel van een ontwerprapport maak je feitelijke, beschrijvende claims. Daarmee is dit onderdeel vergelijkbaar met een wetenschappelijk experiment. Dit hoofstuk kun je dan ook schrijven volgens de structuur van een standaard wetenschappelijk artikel: inleiding, methode, resultaten, discussie.
Inleiding#
Wat was het doel van de test? Welke functie(s) en/of prestatie(s) zijn er onderzocht? Welke claim(s) werd(en) er gevalideerd? Of welk element van het ontwerp is er bepaald? Anders gezegd: Wat is de vraag waar het experiment een antwoord op moet geven?
Beargumenteer ook waarom dit doel gekozen is. Wat is de relevanti? En waarom was hiervoor een empirisch experiment nodig? Vaak test je bij een creatief nieuw ontwerp eerst het belangrijkste werkingsprincipe, of het aspect dat het minst goed met simulaties en berekeningen te voorspellen is. Maar ook de beperkte tijd en/of middelen binnen een project kunnen bijvoorbeeld deel van de reden zijn.
Methode#
Welke tests zijn er uitgevoerd en hoe? Beschrijf de experimentele setup, en laat die zien m.b.v. (schematische) tekeningen, foto’s, en figuren. Wat is er gemeten en hoe?
En wat voor een model of prototype was er nodig voor deze test? Vaak is dat maar een deel van het volledige ontwerp, of een functioneel model of testopstelling die visueel nauwelijks op het ontwerp lijkt. Maak duidelijk hoe het ontwerp is vertaald naar een functioneel prototype om mee te testen. Welke aspecten van het prototype zijn representatief voor het ontwerp, en welke aspecten zijn juist buiten beschouwing gelaten? En waarom?
De methode schrijf je in de verleden tijd.
Resultaten#
Presenteer overzichtelijk, beknopt, en feitelijk de metingen en observaties. Doe dit zo veel mogelijk door middel van tabellen, grafieken, en ander beeldmateriaal.
Discussie#
Welke conclusies zijn er uit de test(s) te trekken? Bediscussieer ook de validiteit. Hoe betrouwbaar zijn de resultaten? En waar geeft de test géén uitsluitsel over?
Uit het redeneerschema: GEDRAG & PRESTATIE worden getoetst aan CRITERIA.
Meestal is het logisch dat de discussie onderdeel is van hetzelfde hoofdstuk waarin je ook de methode en resultaten rapporteert, waarmee dit hoofdstuk op zichzelf te lezen is als een soort losstaand mini-artikel. Maar het gebeurt ook dat dit hoofdstuk enkel het doel, de methode, en de resultaten bevat, en dat er een los hoofdstuk ‘Discussie’ is waar niet alleen de test, maar ook de resultaten van het project als geheel bediscussieerd worden.
-
Zwart, S. (2022). Engineering laboratory experiments–a typology. Engineering Studies, 14(2), 158-182. ↩︎