Programma van Eisen#
In de probleemstelling beargumenteer je de waarde van het ontwerpdoel. In een hoofstuk met als titel ‘Probleemdefinitie’, ‘Criteria’, of (meestal) ‘Programma van Eisen’ geef je een definitie van dat doel.
Wat moet het precies doen? Wanneer is het goed genoeg? Welke kosten accepteren we? Enzovoorts.
Waar de probleemstelling gaat over het waarom van het ontwerpdoel, gaat de probleemdefinitie over het wat en hoe ervan.
Uit het redeneerschema: ‘Het DOEL wordt gedefinieerd in termen van FUNCTIE(S) en CRITERIA (deels bepaald door de CONTEXT).’
Een definitie is geen feit. Het is een besluit. Een keuze. Er is niet één ‘correcte’ of ‘juiste’ definitie. Je kunt een programma van eisen of set criteria dus nooit ‘volledig’ of 100% ‘wetenschappelijk’ onderbouwen. Het gaat erom dat je duidelijk maakt hoe jij het ontwerpdoel hebt gedefinieerd, en dat je waar nodig beargumenteert waarom er voor deze definities gekozen is.
Meestal doe je dit heel droog door simpelweg een geordende lijst van criteria te presenteren: het programma van eisen (PvE). Eventueel geef je per criterium met een korte zin aan wat de reden voor bepaalde definities of grenswaarden zijn – vaak op basis van eigenschappen van de context waarin het ontwerp moet gaan functioneren.
Wat in een ontwerprapport meestal ongezegd blijft is de claim dat je met dat PvE een valide, toetsbare, en complete definitie van het gestelde ontwerpdoel geeft. Of op zijn minst dat de gepresenteerde criteria de belangrijkste zijn. Dat schrijf je eigenlijk nooit zo op. Maar realiseer je wel dat dát is wat je tussen de regels door claimt. En dat is ook hoe een kritische lezer naar een PvE zal kijken: Ben ik het eens met de gekozen definities en grenswaarden? Is het ondubbelzinning duidelijk hoe je dit zou meten of toetsen? Mis ik iets belangrijks?
En de functie(s) dan?#
In een programma van eisen staan criteria. Daar zitten de benodigde (deel-)functies en hoe die zijn gedefinieerd al in verwerkt. Als de hoofdfunctie bijvoorbeeld ‘koekjes bakken’ is, dan zijn er waarschijnlijk functionele eisen zoals ‘vormt het deeg tot koekjes met ø50mm ± 3mm’, ‘verhit de koekjes een half uur lang op 200-210 graden’, etc.
Het is daarom meestal dubbelop om náást het PvE ook een lijst deelfuncties te presenteren met ‘koekjes vormen’, ‘koekjes verhitten’, ‘koekjes verplaatsen’, etc., ook al heb je die tijdens het ontwerpproces wél gemaakt en gebruikt.
Wanneer je een morfologische kaart of een ander overzicht van deeloplossingen presenteert in het hoofdstuk verkenning, dan noem je de deelfuncties daar wel expliciet. Het is belangrijk dat de formulering en terminologie die je voor deelfuncties gebruikt in het PvE en op andere plekken in het rapport overeenkomt. Dus bijvoorbeeld niet ‘koekjes verhitten’ in de functionele eisen maar ‘warm maken’ of ‘deeg afbakken’ in het overzicht van deeloplossingen. Weest consistent.