Inleiding#
In de inleiding maak je duidelijk wat de context en de achtergrond van het project zijn, beschrijf je wat het doel is waar jullie ontwerp een middel voor moet zijn, en beargumenteer je waarom dat doel een waardevol streven is. Ook maak je duidelijk wat en hoe jouw project of rapport bijdraagt aan het bereiken van dat doel.
Probleemstelling#
Een ontwerp is altijd een middel om een bepaald doel te bereiken. En iemand zal pas geïnteresseerd zijn in het ontwerp wanneer ze ervan overtuigd zijn dat het bijbehorende doel de moeite waard is.
Uit het redeneerschema: In een bepaalde CONTEXT willen we een DOEL bereiken.
Wanneer je voor een opdrachtgever werkt hoef je die daar niet meer van te overtuigen, natuurlijk. Toch geef je meestal kort het argument ervoor weer. Al was het maar om jouw interpretatie ervan terug te spiegelen om te bevestigen dat iedereen het doel en de motivatie erachter hetzelfde ziet.
In meer autonome, academische projecten is dit onderdeel belangrijker. Wanneer de lezers van een rapport niet direct bij het project betrokken zijn is het cruciaal om er aan het begin van een rapport voor te zorgen dat zij overtuigd raken van de waarde van het ontwerpdoel. Als het doel het oplossen van een bekend maatschappelijk probleem is, is dat niet moeilijk. Als het ontwerpdoel in een minder bekende context speelt, of wanneer het een heel specifieke focus heeft waar niet iedereen kennis van heeft zul je hier uitgebreider op in moeten gaan.
LET OP: Het kan heel goed zijn dat het ontwerpdoel dat je hier beschrijft anders is dan in de opdracht die je kreeg! Vaak wordt het doel tijdens een ontwerpproject bijgesteld of veranderd op basis van voortschrijdend inzicht. Behandel hier het probleem en/of het doel waar het uiteindelijke ontwerp een antwoord op is.
Ontwerpdoel ≠ Projectdoel ≠ Documentdoel#
Het doel van het ontwerp is iets anders dan het doel van het project of het rapport. Als het ontwerpdoel bijvoorbeeld is om ’een repareerbare smartphone’ te ontwikkelen kan het zijn dat het eerste project binnen die ontwikkeling enkel als doel heeft om eerst maar eens het meest robuuste modulaire koppelingssysteem te bepalen. Of om een proof-of-concept te demonstreren. Of, als er juist al eerdere verkennende projecten zijn geweest, kan het doel van een project - met hetzelfde ontwerpdoel! - zijn om een bestaand concept te optimaliseren, of door te ontwikkelen voor productie.
Vaak is een ontwerproject één afgebakende brok werk binnen een langer ontwikkeltraject. En vaak ontdek en besluit je pas tijdens het project zelf welke brok haalbaar en relevant is om te leveren. Dat wordt dan met terugwerkende kracht het doel van het project en rapport. En zo stel je het ook in de inleiding, zonder heel de geschiedenis erachter te vertellen. En je plaatst dat uiteindelijke projectdoel of documentdoel (wat er met dit rapport bereikt wordt) in de context van de langeretermijnontwikkeling richting het bereiken van het ontwerpdoel (waarvan het bereiken nog in de toekomst ligt).
Structuur#
Bovenop de probleemstelling en het definiëren van het projectdoel geef je in de inleiding meestal ook een beknopt overzicht van hoe het rapport in elkaar zit. Wat kan de lezer van elk hoofdstuk verwachten?
Een inleiding combineert dus verschillende functies. Het moet de lezer informeren over de context van het ontwerp, overtuigen van de waarde van het ontwerpdoel, duidelijk maken wat de bijdrage van dit specifieke project of rapport daarin is, en ook nog eens de structuur van dat rapport uitleggen. Vaak worden al deze functies gecombineerd in één lopende tekst. Je kunt ook tussenkopjes gebruiken voor achtergrond, probleemstelling, projectdoel, en structuur van het rapport. Het komt ook voor dat de achtergrond en/of probleemanalyse losse hoofdstuken zijn waardoor de inleiding veel korter is.